Voor docenten

Vooraf

Lezenvoordelijst.nl is een website voor het fictie- en literatuuronderwijs in het VO en gebaseerd op de literaire competenties zoals door Dr. Theo Witte zijn geoperationaliseerd in zijn proefschrift Het oog van de meester (2008). Een samenvatting van het proefschrift vind je hier.

Hieronder vind je meer informatie over de achtergronden en de inhoud van de website en suggesties voor het gebruik van Lezenvoordelijst.nl in de praktijk.
De informatie op deze pagina is in algemene zin ook van toepassing op Duits en Fries. Meer specifieke informatie vind je onder Duits en Fries.

Over Lezenvoordelijst.nl

Wat is het idee achter Lezenvoordelijst.nl?

Literaire competentie is het vermogen literatuur te lezen, begrijpen en waarderen. Dit vermogen is niet aangeboren, maar moet worden ontwikkeld. Deze ontwikkeling verloopt in verschillende stadia. Kort samengevat moet een leerling eerst leren dat lezen, om wat voor reden dan ook, een bevredigende ervaring kan zijn (N1, belevend lezen). Hij maakt kennis met verschillende genres en onderwerpen en ontwikkelt vaak bepaalde voorkeuren (N2, herkennend lezen). Pas daarna kan de behoefte ontstaan om zich door literatuur mee te laten nemen naar tot dan toe onbekende werelden. Ook ontstaat het besef dat een verhaal een 'diepere betekenis' kan hebben (N3, reflecterend lezen). Langzamerhand ontwikkelt de leerling vervolgens een gevoeligheid voor stijl. Niet alleen de gebeurtenissen, maar ook de manier waarop het verhaal verwoord en geconstrueerd is, worden betrokken in de interpretatie (N4, interpreterend lezen). Leerlingen die veel en graag lezen beseffen gaandeweg dat literatuur een cultuuruiting is die in samenhang met andere cultuuruitingen en vanuit historisch perspectief bestudeerd kan worden (N5, letterkundig lezen en N6, academisch lezen).

Uit het onderzoek van Witte blijkt dat literatuuronderwijs effectiever is naarmate het beter aansluit bij het competentieniveau van de leerling. Als een leerling boeken leest die veel te moeilijk voor hem zijn, zal hij ontmoedigd of gefrustreerd raken en uiteindelijk afhaken. Omgekeerd zal een leerling die boeken leest die te makkelijk voor hem zijn, zich snel gaan vervelen. De meeste lezers lezen het liefst binnen hun comfortzone en kiezen genres en schrijvers die ze al kennen en waarderen. Leerlingen moeten echter, om zich te kunnen ontwikkelen, worden uitgedaagd en gestimuleerd om buiten hun comfortzone te treden. In leerpsychologische termen: het leren vindt plaats in de zone van naaste ontwikkeling, waarin de leerling zich begeeft op onbekend terrein, maar daarbij terug kan vallen op een stevige basis van reeds verworven kennis en vaardigheden.

Waarin onderscheidt Lezenvoordelijst.nl zich van ander literatuuronderwijs?

Lezenvoordelijst.nl biedt een didactiek waarin de literaire ontwikkeling van de leerling centraal staat. Het niveau van de individuele leerling is leidend voor wat hij leest en wat hij moet en kan leren. Dit in tegenstelling tot 'traditioneel' onderwijs, waar de methode vaak leidend is. Daardoor ondersteunt Lezenvoordelijst onderwijs dat uitgaat van de verschillen tussen leerlingen.

Ten tweede bieden de literaire competentieniveaus zowel leerlingen als docenten houvast: het einddoel (het bereiken van een bepaald niveau) is expliciet geformuleerd en de leerling wordt de weg naar dat einddoel gewezen. Doordat Lezenvoordelijst.nl een toegankelijk en goed gestructureerd referentiekader biedt, kunnen docenten, bibliothecarissen, ouders en andere belanghebbenden bovendien hun activiteiten goed op elkaar afstemmen.

Ten slotte is Lezenvoordelijst.nl bij uitstek geschikt om alle leerlingen 'bij de les' te houden. Zowel zwakke als sterke leerlingen worden op hun eigen niveau aangesproken en uitgedaagd.

Vervangt Lezen voor de lijst de methode?

Lezenvoordelijst is geen methode, maar een didactisch instrument - een hulpmiddel dat kan worden ingezet om het leren van leerlingen te faciliteren. Lezenvoordelijst.nl leent zich echter heel goed voor gebruik naast een methode: leerlingen kunnen in de catalogi boeken op hun eigen niveau zoeken en opdrachten maken die passen bij hun niveau.

Website

Welke catalogi staan er op deze website?

Op deze website staan boeken die leerlingen in het voorgezet onderwijs kunnen lezen 'voor hun lijst'. De website bevat momenteel vier catalogi:
- Nederlands 12-15 jaar (ruim 100 titels)
- Nederlands 15-19 jaar (ruim 200 titels)
- Duits (75 titels)
- Fries (25 titels

Welke informatie over boeken kan ik op deze website vinden?

Bij alle titels is een algemene pagina gemaakt. Deze is bedoeld voor leerlingen en afgestemd op hun niveau. De rubrieken 'Over de auteur', 'Inhoud' etc. spreken voor zich. De algemene pagina's bevatten ook didactische aanwijzingen:

  • Leesaanwijzingen: opmerkingen die betrekking hebben op wat een boek leuk, interessant of uitdagend maakt. Vaak geven we hier ook een of meer tips over hoe de leerling om kan gaan met dingen die het boek lastig zouden kunnen maken, zoals perspectiefwisselingen of tijdsprongen.
  • Om over na te denken: vragen en kwesties die het verhaal oproept, bijvoorbeeld: Wat is belangrijker: geloof of liefde? Deze vragen houden vaak verband met de thematiek. Dit zijn overigens vragen die u aan de leerling kunt stellen of waarover leerlingen met elkaar kunnen discussiëren of kunnen reflecteren in hun boekverslag.
  • Meer weten?: links naar websites waar de leerling nog meer informatie over het boek kan vinden, zoals een inkijkexemplaar of een interview met de schrijver.
  • Suggesties: links naar titels die op een of andere manier verwant zijn aan het boek.
  • Opmerkingen: onder meer informatie over de eventuele beschikbaarheid als luisterboek, eBook of gratis ePub.
  • Aanvragen in mijn bibliotheek: een link naar de openbare bibliotheek om het boek te reserveren.

Titels die voorzien zijn van de aanduiding 'Inclusief opdrachten' bevatten naast opdrachten op verschillende niveaus ook Docenteninfo, waarin een uitgebreide literaire en didactische analyse is opgenomen. 

Wat kan ik vinden onder Docenteninfo?

Docentenpagina's bestaan uit:

  • Introductie: een korte introductie op het werk en/of de schrijver
  • Inhoud: een korte samenvatting;
  • Moeilijkheid: een indicatie van de problemen en uitdagingen die leerlingen met verschillende leesniveaus tegen kunnen komen;
  • Didactische en letterkundige analyse: een uitgebreide analyse waarin in kaart wordt gebracht welke problemen en uitdagingen leerlingen van verschillende niveaus tegen kunnen komen. 

Deze analyse is feitelijk een verantwoording van het niveau dat we aan het boek hebben toegekend. Tevens wordt in de analyse zichtbaar wat de 'didactische potentie' van het boek is (de mogelijkheden die het boek biedt om de literaire competentie verder te ontwikkelen).
Bovendien wordt verwezen naar een of meer voor docenten relevante bronnen. Dit kan secundaire literatuur zijn ter verdieping, maar ook filmpjes of lesbrieven die je in de les kunt gebruiken. 

Wat kan ik vinden onder Opdrachten?

Bij elke titel worden in principe zes opdrachten gemaakt: twee op het niveau van het boek, twee op het naastlagere en twee op het naasthogere niveau. De didactische potentie van het boek dient als ontwerpprincipe voor de opdrachten. Bovendien gaan veel opdrachten in op kwesties die het boek aansnijdt.

Catalogus

Hoe wordt de catalogus samengesteld?

Bij de samenstelling van de catalogus Nederlands 12-15 jaar en 15-19 jaar zijn inmiddels meer dan duizend docenten betrokken. Beide catalogi worden jaarlijks uitgebreid met elk minimaal tien titels. Hiertoe stelt de redactie een longlist samen van ongeveer honderd titels. Deze titels zijn grotendeels van recente datum, maar ook worden er (om redenen van evenredige vertegenwoordiging van niveaus, perioden, genres, mannelijke, vrouwelijke, allochtone en autochtone schrijvers) enkele oudere titels toegevoegd. Deze longlist wordt voorgelegd aan docenten. Op basis van deze veldraadpleging selecteert de redactie elk jaar minimaal tien titels die aan de catalogus worden toegevoegd.

De redactie hanteert de volgende criteria:

  1. aantrekkelijkheid voor de lezer: het boek moet leerlingen met een bepaald niveau kunnen boeien;
  2. cultuurhistorische waarde: het boek speelt om uiteenlopende redenen een culturele rol van betekenis; hieronder vallen ook de werken die centraal staan in de jaarlijkse campagne Nederland leest en werken die bekroond zijn door jury's;
  3. didactische potentie; het werk leent zich voor benadering vanuit diverse invalshoeken.

De geselecteerde werken voldoen aan meer dan één criterium.

Hoe wordt de catalogus geactualiseerd?

De catalogus wordt niet alleen kwantitatief verder ontwikkeld, maar ook kwalitatief. We zijn in 2012 begonnen met de didactisering van titels. Inmiddels zijn bij 70% van alle boeken voor 15 t/m19 jaar algemene pagina's, docentenpagina's en opdrachten gemaakt. Inmiddels zijn we ook begonnen met de didactisering van de lijst voor 12 t/m 15 jaar. We verwachten dat in 2017 alle boeken zullen zijn voorzien van docenteninfo en opdrachten.

Alle pagina's worden jaarlijks onderhouden en indien nodig bijgewerkt of aangevuld. Er verdwijnen geen titels uit de catalogus.

De afgelopen jaren is het een enkele keer voorgekomen dat een titel van niveau is veranderd. Dat is vervelend voor docenten en leerlingen en we streven ernaar om geen wijzigingen door te voeren tenzij we dit echt noodzakelijk achten.

In de nabije toekomst wordt de website vermoedelijk opgenomen in de digitale structuur van Bibliotheek.nl. Er zullen via de bibliotheek steeds meer links naar eBooks verschijnen.

Aanpassingen worden gecommuniceerd via onze blogs en de nieuwsbrief

Hoe wordt het niveau van een boek bepaald?

De indeling van boeken naar niveau geschiedt op basis van een uitgebreide didactische en letterkundige analyse, waarin voor een groot aantal aspecten (bijvoorbeeld stijl, personages, literaire procedés) wordt onderzocht in hoeverre deze al dan niet problematisch of in positieve zin uitdagend zijn voor leerlingen van verschillende niveaus.

Bij de uiteindelijke toekenning van een niveau wordt uitgegaan van de zogenaamde 'bandbreedte' van een boek. Bandbreedte wil zeggen dat een boek bij uitstek is geschikt voor leerlingen met hetzelfde niveau als het boek (bijvoorbeeld N3), maar ook gelezen kan worden door leerlingen op het naastlagere (N2) als naasthogere niveau (N4). N1 en N5 vallen in dit voorbeeld dus buiten de didactische bandbreedte: een N3-boek is meestal te moeilijk voor N1 en te makkelijk voor N5.

Waarom staan er jongerenromans in de catalogus 15-19 jaar?

Er staan er ook enkele jongerenromans in de catalogus voor 15 t/m 19 jaar, omdat niet alle leerlingen die instromen in de tweede fase toe zijn aan volwassen literatuur.
In Nederland is stilaan de traditie ontstaan leerlingen in de bovenbouw te verplichten literaire werken voor volwassenen te lezen. Dit gebruik dateert uit een tijd dat er nog geen sprake was van jongerenliteratuur (Young Adult, crossovers). De laatste jaren is dit genre sterk in opkomst en dat levert (behalve de vele fantasy- en sciencefictionseries) ook werken van hoog literair niveau op (denk aan auteurs als Philip Huff, Floortje Zwigtman, Marita de Sterck).

Kan ik zelf het niveau bepalen van een boek dat niet in de catalogus staat?

Het kan voorkomen dat een leerling wil weten welk niveau een boek heeft dat niet in de catalogus staat. Een betrouwbaar niveau aan een boek toekennen is tijdrovend, in de meeste gevallen niet eenvoudig en vereist bovendien ervaring.
Om wildgroei te voorkomen en de betrouwbaarheid van de niveaus te waarborgen, behoudt de redactie zich het alleenrecht voor om niveaus toe te kennen. In de praktijk blijkt het wel mogelijk om met de niveaubeschrijvingen een globaal niveau aan een boek te koppelen, bijvoorbeeld N1/N2 of N2/N3. 

Extra voorzieningen

Welke voorzieningen zijn er voor dyslectische leerlingen en leerlingen met een visuele beperking?

In totaal zijn 37 titels (17 voor 12-15 jaar en 20 voor 15-19 jaar) in de catalogus opgenomen die gelezen kunnen worden via Karaokelezen.nl. Dit is een voorziening van Passend lezen en bestemd voor dyslectische lezers en lezers met een visuele beperking. De tekst wordt voorgelezen terwijl de leerling tegelijkertijd mee kan lezen via een karaokebalkje.

Welke voorzieningen zijn er voor zwakke lezers?

Speciaal voor leerlingen die nog moeite hebben met technisch en/of begrijpend lezen, dan wel een taalachterstand hebben of een grote weerstand tegen lezen, bevat de catalogus Nederlands 12 t/m 15 jaar tien boeken van Uitgeverij Eenvoudig Communiceren. Het gaat om dunne boekjes in eenvoudige taal over onderwerpen die voor jongeren interessant zijn. De boeken van EC kunnen makkelijk gevonden worden door in de catalogus te zoeken via de tag 'Eenvoudig Communiceren'.

 

Werken met Lezenvoordelijst.nl: over de niveaus

Kan ik meteen beginnen met werken met Lezenvoordelijst.nl?

Ja. Als je wilt werken met Lezenvoordelijst.nl is de eerste stap het (laten) bepalen van het niveau van je leerlingen. De catalogus helpt leerlingen boeken te vinden die aansluiten bij hun niveau en interesses; de opdrachten helpen de leerlingen hun literaire competentie verder te ontwikkelen.
Zie de filmpjes onder Praktijkvoorbeelden.

Wie bepaalt het leesniveau van de leerlingen?

Of de docent het niveau van de leerlingen bepaalt of hen dat zelf laat doen, is een kwestie van persoonlijke voorkeur. Een nadeel van niveaubepaling door de docent is dat leerlingen de vaststelling dat zij een laag niveau hebben, kunnen ervaren als een 'onvoldoende' of afwijzing en ontmoedigd kunnen raken.

Voordeel van niveaubepaling door de leerlingen is dat het hen duidelijk wordt waar zij op dit moment staan en waar zij naartoe moeten. Daardoor nemen zij meer verantwoordelijkheid voor hun leerproces. De ervaring leert dat leerlingen over het algemeen redelijk goed in staat zijn zelf hun niveau te bepalen, hoewel een enkeling zichzelf overschat. 

Hoe kunnen leerlingen hun niveau bepalen?

1 Eerste-, tweede- en derdeklassers gaan naar De leesniveaus 12 t/m 15 jaar. Leerlingen in de vierde  klas of hoger gaan naar De leesniveaus 15 t/m 19 jaar. De leerlingen lezen de omschrijvingen van de verschillende niveaus en kiezen de omschrijving die het beste bij hen past. Als ze twijfelen tussen twee niveaus, kunnen zij het beste beginnen met lezen op het laagste van deze niveaus. De ervaring leert dat leerlingen die al twee of drie jaar met de niveaus werken, hier goed toe in staat zijn. Leerlingen die voor het eerst hun niveau bepalen, hebben eerder de neiging zichzelf te over- dan onderschatten.

Een mogelijk nadeel van deze niveaubeschrijvingen is dat ze genormeerd zijn met een nummer en onpersoonlijk kunnen overkomen. Een alternatief hiervoor zijn de zogenaamde 'strookjes' voor 12 t/m 15 jaar of 15 t/m 19 jaar. Dit zijn zeer beknopte, niet genormeerde typeringen van de leesniveaus. In dit filmpje kun je zien hoe je met deze strookjes in de klas kunt werken. 

Als leerlingen zelf hun niveau bepalen is het hoe dan ook verstandig om hen te vragen hun keuze toe te lichten in hun leesautobiografie of balansverslag, zodat je kunt beoordelen of de leerling een juiste keuze heeft gemaakt.

Hoe kan een docent het niveau van de leerlingen bepalen?

Veel docenten laten leerlingen op enige moment (aan het begin van de eerste of de vierde klas) een leesautobiografie maken. Op basis van hun voorkeuren en de criteria die leerlingen bij hun waardering van boeken gebruiken, kun je bepalen welk niveau zij hebben. We weten uit ervaring dat dit betrekkelijk eenvoudig is voor docenten die vertrouwd zijn met de verschillende literaire competentieniveaus.

Welk eindniveaus van literaire competentie moeten leerlingen volgens het Referentiekader taal bereiken?

  • eind 4 vmbo (uitgezonderd bb) minstens N2 (12 t/m 15/ 15 t/m 19 jaar)
  • eind onderbouw havo/vwo minstens N2 (12 t/m 15/15 t/m 19 jaar)
  • eind 5 havo minstens N3 (15 t/m 19 jaar)
  • eind 6 vwo minstens N4 (15 t/m 19 jaar)

Deze eindniveaus zijn vastgelegd in het Referentiekader taal als respectievelijk 2F, 3F en 4F. Dit zijn functionele niveaus. Een leerling in havo 5 die aantoont N3 bereikt te hebben, haalt daarmee een (ruime) voldoende. Het streefniveau is het naasthogere niveau; voor havo 5 dus N4. Voor vwo is alleen het fundamentele niveau voorgeschreven (N4/4F). Niveau 5 kan worden gezien als streefniveau. 

Overigens geldt voor leerlingen van het vmbo-bb dat N2 niet bereikt hoeft te worden. N1 volstaat. Het Referentiekader staat dus toe dat deze leerlingen, ook in de vierde klas, jeugd- of adolescentenliteratuur lezen of werken die over het algemeen niet tot de 'Echte Literatuur' gerekend worden.

Wat is de relatie tussen leerjaren en de niveaus?

Er bestaat geen vaste relatie tussen leerjaar en niveau. In de praktijk zitten in de meeste klassen leerlingen met drie à vier verschillende niveaus.

Sommige docenten interpreteren de competentieniveaus als indicatie van het leerjaar en laten leerlingen in de vierde klas op N4 lezen, in de vijfde klas N5 en in de zesde klas N6. Ook komt het voor dat docenten leerlingen laten lezen op het eindniveau dat voor de verschillende schooltypen vereist is, bijvoorbeeld door vwo-4-leerlingen op N4 te laten lezen, omdat N4 het eindniveau voor vwo is. Het moge duidelijk zijn dat deze aanpak contraproductief is, omdat de meeste leerlingen zo ver boven hun niveau moeten lezen.

Idealiter lezen alle leerlingen op hun eigen niveau - ook wanneer dat lager is dan je zou willen of denkt dat het zou moeten zijn. Het is wel belangrijk dat de leerlingen weten welk niveau zij in het eindexamenjaar bereikt moeten hebben. 

Hoe en wanneer zetten de leerlingen de stap naar een hoger niveau?

Leerlingen kunnen op twee manieren een stap naar een hoger niveau maken. Een leerling die al enige tijd op N3 leest en N3-opdrachten maakt, kan de volgende keer een N3-boek lezen en daarbij een N4-opdracht maken. Hij kan er ook voor kiezen om een N4-boek te lezen en daarbij een N3-opdracht te maken.
Het moment waarop een leerling eraan toe is om een stap te zetten, wordt vaak aangegeven door de leerling zelf. De praktijk wijst uit dat leerlingen graag op een hoger niveau willen werken en eerder een beetje moeten worden afgeremd dan aangemoedigd.

In de meeste gevallen kunnen leerlingen op een hoger niveau gaan werken als:

  • ze al geruime tijd op een bepaald niveau lezen;
  • ze aangeven uitgekeken te zijn op het soort boeken dat ze lezen en wel eens wat anders willen proberen;
  • ze aangeven niet meer zoveel te leren van de opdrachten die ze maken en/of de opdrachten met veel gemak maken.

Het komt voor dat leerlingen denken dat ze wel op een hoger niveau kunnen gaan werken, omdat ze de boeken die ze lezen niet moeilijk vinden. Ze merken bijvoorbeeld op dat ze 'alles snapten', waarmee ze meestal bedoelen dat ze het handelingsverloop konden volgen en er niet zoveel moeilijke woorden in het boek stonden. In die zin is Het behouden huis inderdaad geen moeilijk boek. Daarmee is echter niet gezegd dat deze leerlingen ook oog hebben voor de betekenisrijkdom van het boek en inzien dat het verhaal veel meer is dan het wat warrige relaas van een wat warrige man in een wat warrige oorlogsperiode. In dit soort gevallen kun je de leerling de Docenteninfo bij het boek laten lezen. 

Hoe en wanneer maken leerlingen de stap van de catalogus Nederlands 12 t/m 15 jaar naar 15 t/m 19 jaar?

In het algemeen lezen leerlingen in de eerste drie leerjaren van het VO boeken uit de lijst 12 t/m 15 jaar en beginnen zij in de vierde klas met het lezen van boeken van de lijst 15 t/m 19 jaar.

Leerlingen maken de stap naar boeken voor volwassenen op het moment dat zij belangstelling krijgen voor de leefwereld van volwassenen. Sommige leerlingen ontwikkelen die belangstelling al in de derde klas of nog eerder. Zij kunnen zonder problemen al eerder boeken uit de lijst voor 15 t/m 19 jaar gaan lezen.

Leerlingen die aan het begin van de vierde klas nog niet toe zijn aan boeken voor volwassenen, kunnen gewoon een keuze maken uit de lijst voor 15 t/m 19 jaar, omdat daar een aantal jeugdromans in is opgenomen. Het valt ook te overwegen om hem nog even toe te staan boeken voor 12 t/m 15 jaar te lezen.

Leerlingen die overstappen van de lijst 12 t/m 15 jaar naar 15 t/m 19 jaar kunnen op hetzelfde niveau blijven lezen. Leerlingen die N2-boeken lazen in de onderbouw, kunnen in de vierde klas verder gaan op N2. 

Hoe beoordeel ik het niveau van een leerling?

Het beoordelen van het niveau is wat anders dan het bepalen van het niveau van een leerling. Het bepalen van het niveau is diagnostisch en ondersteunt het leerproces (d.i. het verwerven van een grotere literaire competentie). Het toetsen van het niveau is summatief en heeft ten doel te komen tot een (eind)beoordeling.

Als je wilt beoordelen welk niveau je leerlingen hebben bereikt (bijvoorbeeld in het mondeling in het examenjaar) stel je vragen op het vereiste niveau (bijvoorbeeld N3 aan het einde van havo 5). Als een leerling dit soort vragen zonder al te veel moeite kan beantwoorden, heeft hij een ruime voldoende. Je kunt dan opschakelen en verder gaan met het stellen van N4-vragen (goed) en eventueel N5-vragen (uitstekend).

  N1     N2     N3     N4     N5     N6    
vmbo 4      O V G U      
havo 5 O O V G U   
vwo 6   O O O V G U

 

De omschrijvingen van de leesniveaus en de docentenpagina's bieden handvatten om dit soort vragen te formuleren. In dit filmpje vind je meer informatie. 

Werken met Lezenvoordelijst.nl: over de opdrachten

Wat is het doel van de opdrachten?

Het doel van de opdrachten is leerlingen te helpen hun literaire competentie verder te ontwikkelen. Elk boek stelt de lezer voor specifieke uitdagingen. Onervaren lezers merken over Het gouden ei bijvoorbeeld vaak op dat het net lijkt of er in deel 2 een nieuw verhaal begint. Deze leerlingen hebben duidelijk weinig ervaring met ongemarkeerde perspectiefwisselingen. Een zinvolle opdracht voor deze lezers haakt daarop in en helpt hen oog te krijgen voor dit soort procedés en hun literaire competentie met deze kennis uit te breiden.

Waarin onderscheiden de opdrachten van Lezenvoordelijst.nl zich van opdrachten in de methode?

Opdrachten in methodes zijn vaak analytisch van aard en voor elke tekst hetzelfde (bijvoorbeeld: verklaar de titel; beschrijf de ruimte, de personages, de stijl, het perspectief). Het bezwaar van dit soort vragen is dat ze vaak weinig betekenis hebben voor leerlingen en de antwoorden vrij toegankelijk zijn op scholieren.com. Bovendien doet dit soort vragen geen recht aan de specifieke kenmerken van het boek en de ervaring van de lezer. 

De opdrachten op deze website zijn afgestemd op het boek, maar ook op de leerling en nodigen hem uit zich te verbinden met het boek en zijn eigen ervaring te betrekken in zijn reflectie daarop. Tegelijkertijd hebben de opdrachten een literair-theoretische of literair-historische focus.

Waar het maken van een traditioneel boekverslag vaak neerkomt op een volledige analyse, zijn de opdrachten op deze site vaak gericht op slechts één of enkele aspecten - namelijk precies die aspecten die in de letterkundige en didactische analyse problematisch of uitdagend bleken of kwesties die het boek aan de orde stelt.

In Erik of Het klein insectenboek bijvoorbeeld levert het tijdsverloop of de ontwikkeling van de hoofdpersoon weinig problemen op. Interessanter en vooral leerzamer zijn vragen als: wat probeert Bomans duidelijk te maken? Hoe doet hij dat? Maakt het iets uit met welke genreverwachtingen je het boek leest? Wat houdt het veronderstelde 'stilistisch meesterschap' van Bomans in? Kun je Erik beschouwen als een parodie op De kleine Johannes? Waarin verschil Erik van Koolhaas' dierenverhalen?

Waarom zijn er opdrachten op meerdere niveaus gemaakt?

Hoewel we aan alle boeken één niveau hebben toegekend, hebben alle boeken een 'bandbreedte' (zie: 'Hoe wordt het niveau van een boek bepaald?'). Dat wil zeggen dat een boek op meer dan één niveau gelezen kan worden. Door opdrachten op verschillende niveaus aan te bieden, doen we recht aan het boek én aan de verschillen tussen leerlingen. Zo kan een N2-lezer bij Erik of Het klein insectenboek een opdracht maken die hem helpt te reflecteren op de vraag of er misschien een 'boodschap' in het verhaal zit. Een N4-lezer merkt dat uit zichzelf wel op en wordt meer uitgedaagd door een opdracht over Bomans' stijl.

Doordat er opdrachten op meerdere niveaus zijn, hoeven leerlingen bovendien geen al te grote stappen ineens te zetten. Ze hoeven niet van N2-boeken met N2-opdrachten over te stappen op N3-boeken met N3-opdrachten. In plaats daarvan kunnen ze een N2-boek lezen en een N3-opdracht maken, of een N3-boek lezen en een N2-opdracht maken.   

Waarom zijn er geen antwoordmodellen bij de opdrachten?

Bij vragen en opdrachten kan alleen een antwoordmodel worden gemaakt als er één of enkele antwoorden goed zijn en alle andere antwoorden fout. Bij veel opdrachten is dit niet het geval. Ten eerste wordt er vaak gevraagd naar eigen meningen, ervaringen en gedachten van de leerling. Ten tweede zijn de opdrachten gericht op het verwerven van inzichten. Het stellen van vragen is daartoe een middel - het 'juist' beantwoorden geen doel. 

Bovendien voorkomen we hiermee dat de antwoorden binnen de kortst mogelijke tijd op het internet staan. Wij proberen de opdrachten zo samen te stellen dat de leerling gemotiveerd wordt om de vraag zelf te beantwoorden. 

Ten derde is algemeen geaccepteerd dat verschillende lezers verschillende betekenissen realiseren die naast elkaar kunnen bestaan. Op scholieren.com merken leerlingen over Een vlucht regenwulpen bijvoorbeeld op dat de roman gaat over een ongelukkige verliefdheid, eenzaamheid of de dood, maar voor Abdelkader Benali gaat de roman over de zoektocht naar vrijheid. Voor 't Hart zelf, overigens, gaat zijn boek over een eenzelvige man die zijn moeder mist.
Al deze zienswijzen zijn verdedigbaar, mits goed beargumenteerd.

Hoe kan ik de opdrachten beoordelen?

Het ligt het meest voor de hand om de opdrachten te beoordelen als handelingsdeel. Dat wil zeggen: als onvoldoende, voldoende of goed. Een criterium voor een voldoende zou kunnen zijn dat de leerling de opdracht naar behoren (dat wil zeggen: volledig en met inzet) heeft uitgevoerd. Een goed kun je geven als de leerling laat zien over het niveau te beschikken dat de opdracht van hem vraagt.

Het beoordelen van opdrachten met een cijfer valt om verschillende redenen af te raden. Ten eerste, de koppeling van een cijfer aan het niveau van de leerling leidt ertoe dat leerlingen met een hoger niveau vanzelf een hoger cijfer krijgen dan leerlingen met een lager niveau - ook als zij de opdracht niet zo goed hebben uitgevoerd. En ander nadeel is dat leerlingen met een lager niveau daar in feite voor 'gestraft' worden, terwijl juist zij behoefte hebben aan aanmoediging.

Ten tweede: bij de beoordeling van opdrachten als handelingsdeel wordt een leerling die een onvoldoende haalt gedwongen om zijn werk te verbeteren en bij de beoordeling met een cijfer niet.
Wel kan overwogen worden een cijfer voor inzet te geven, maar ook in dit geval geldt het als nadeel dat leerlingen die een onvoldoende halen niet worden gestimuleerd om hun werk te verbeteren.

Hoe kan ik de opdrachten in mijn lessen gebruiken?

De opdrachten op deze website kunnen gebruikt worden als vervanging van opdrachten uit de methode of de traditionele boek- en leesverslagen en kunnen deel uitmaken van het leesdossier. 

Account

Moet ik een account aanmaken?

Nee, dat hoeft niet. Ook als je geen account hebt gemaakt is alle informatie op deze website toegankelijk. Je kunt boeken zoeken op niveau, genre en tag en de verschillende lijsten ordenen op titel, auteur, datum en waardering. Ook de docentenpagina's en opdrachten bij boeken zijn toegankelijk.

Waarom zou ik wel een account aanmaken?

Als je een account aanmaakt, kun je gebruik maken van een aantal extra functionaliteiten:

  • je kunt je eigen boekenkast samenstellen;
  • je kunt aantekeningen bij boeken maken en bewaren;
  • je kunt gegevens delen.

Je ontvangt geen ongevraagde mailings of reclame als je een account hebt aangemaakt.

Hoe gebruik ik 'Mijn boekenkast' ?

In je boekenkast kun je boeken zetten die je al hebt gelezen of nog wilt gaan lezen - ook boeken die niet in de catalogus staan. De boeken in je boekenkast kun je op verschillende manieren ordenen. Leerlingen kunnen vanuit hun boekenkast de lijst voor hun mondeling samenstellen, printen of delen.

Wat gebeurt er met mijn gegevens?    

Alle gegevens die je opslaat blijven onzichtbaar voor anderen. We gebruiken sommige gegevens wel voor verder onderzoek. Die gegevens worden niet openbaar gemaakt, maar anoniem gebruikt. We delen je gegevens niet met anderen.

Wat kan ik zelf doen om vertrouwd te raken met deze website ?

Je leert de mogelijkheden van een website het snelst kennen door hem te gebruiken. Dat kun je bijvoorbeeld doen door:

  1. een account aan te maken
  2. boeken te selecteren op auteur, titel, datum of waardering (en je eigen waardering toe te voegen!)
  3. via genres en tags te zoeken naar een boek over een onderwerp dat je interesseert
  4. te zoeken naar een boek dat lijkt op een boek dat je erg mooi vond
  5. je boekenkast (voor een deel te vullen)
  6. aantekeningen te maken bij een boek dat je hebt gelezen
  7. vanuit je boekenkast een leeslijst samen te stellen
  8. de informatie voor leerlingen te lezen
  9. regelmatig de Docenteninfo van boeken te lezen; je krijgt dan inzicht in wat boeken aantrekkelijk en/of uitdagend maken voor leerlingen
  10. er met je collega's over te praten en ervaringen uit te wisselen

Downloads en links

NL leesniveaus

Samenvatting van het proefschrift van Theo Witte, Het oog van de meester (2008)
Bestel het volledige proefschrift hier
Uitgebreide omschrijving van de competentieprofielen
Referentiekader taal


Praktijkvoorbeelden

Filmpje 1 | over de ontwikkeling van literaire competenties
Filmpje 2 | over het bepalen van het niveau en het werken met 'strookjes'
Filmpje 3 | over het begeleiden van de boekkeuze van leerlingen
Filmpje 4 | over motiverende didactiek en het beoordelen van het niveau

Lesbrief bij Filmpje 2


Strookjes

Strookjes 12 t/m 15 jaar
Strookjes 15 t/m 19 jaar 


Training Lezen voor de lijst in de praktijk

Al meer dan honderd collega's gingen u voor. De deelnemende docenten waren uitermate tevreden over de trainingen die de afgelopen jaren hebben plaatsgevonden.

Lezen voor de lijst verzorgt trainingen op maat, voor onderbouw en bovenbouw.

Kijk op: Informatie en inschrijving 


Activiteiten 12 t/m 15 jaar

Jonge Jury

jongejury.nl

Doe Maar Dicht Maar

poeziepaleis.nl


Activiteiten 15 t/m 19jaar

Dag van de Literatuur

Dagvandeliteratuur.nl

Inktaap

Inktaap.org

Nederland leest

Nederlandleest.nl