Veelgestelde vragen
Nieuwe doelen voor het
literatuuronderwijs?
Docenten bepalen wat zij bij hun leerlingen willen bereiken.
Uitgangspunt van Lezen voor de lijst is recht doen aan
verschillen en aansluiten bij het leesniveau en de interesses van
leerlingen. Met de opdrachten, leesaanwijzingen en
reflectieopdrachten die we bij elk boek geven, proberen we het
leesproces en de verdieping te intensiveren. Maar docenten bepalen
of en hoe zij van deze middelen gebruik willen maken. Leerlingen
kunnen hierin ook hun eigen keuzes maken.
Hoe verhouden de leesniveaus zich tot de
referentieniveaus van de Doorlopende Leerlijn Taal van de commissie
Meijerink?
De referentieniveaus voor het lezen van fictionele en literaire
teksten zijn ontleend aan de niveaus van Witte (2008) waar de
niveaus van Lezen voor de lijst ook op zijn gebaseerd. Er
is dus een sterke overeenkomst. Niveau 3 komt overeen met 3F (=
fundamenteel niveau havo 5) en niveau 4 komt overeen met
niveau 4F (= streefniveau havo 5 en fundamenteel niveau vwo 6).
Voor vwo heeft Meijerink c.s. geen streefniveau opgesteld. Niveau 5
van Lezen voor de lijst zou men als streefniveau voor vwo
6 kunnen beschouwen. Niveau 6 is voor de literair begaafde
leerling.
Een nieuwe canon voor het literatuuronderwijs?
De website Lezen voor de lijst dient een
didactisch doel. De niveaus willen niets zeggen over de literaire
of culturele waarde van de boeken. Bovendien is de omvang van
tweehonderd titels nogal groot voor een canon en wordt de catalogus
jaarlijks aangepast.
Hoe betrouwbaar zijn de niveaus?
De variatie in boeken en leerlingen is eindeloos veel groter dan
zes typen. Het niveau van boeken en leerlingen is niet een
absolute, maar relatieve indicatie. Nog niet alle boeken zijn
onderworpen aan een uitvoerige lietraire en didactische analyse.
Het kan zijn dat een boek nog van niveau verandert. Uitgangspunt is
steeds geweest dat een boek op een bepaald niveau ook door
leerlingen gelezen kan worden op een niveau lager of
hoger. Leerlingen zouden niet te veel onder of boven hun
niveau moeten lezen. De 'didactische bandbreedte' van de meeste
boeken is drie niveaus.
Hoe selecteert de redactie de boeken voor Lezen voor
de lijst?
De redactie heeft in eerste instantie een brede enquête gehouden
onder docenten die titels mede hebben aangedragen. Daarna hebben de
docenten de lijst van tweehonderd titels op een bepaald niveau
ingedeeld. Aan deze enquête hebben ruim zevenhonderd docenten
deelgenomen. De redactie heeft die resultaten geëvalueerd en
is tot een uiteindelijke niveaukeuze gekomen.
Bij de didactische nascholingen zijn (en worden) door zo'n
honderdvijftig docenten uitgebreide literair-didactische analyses
gemaakt van de gekozen boeken. Op grond daarvan kan het voorkomen
dat de redactie besluit het niveau aan te passen.
Elk jaar worden er vijf á tien nieuwe titels toegevoegd aan de
lijst. Ook daarvoor zullen docenten worden geraadpleegd (via de
nieuwsbrief van deze site).
Waarom tweehonderd titels?
Dit heeft vooral een pragmatische reden: elk boek bevat veel
informatie en is daardoor gevoelig voor veroudering. Dat geldt
zeker voor de verwijzende links bij de artikelen. Wij streven
ernaar dat de geboden informatie betrouwbaar en actueel
is.
Er zijn ontzettend veel boeken en jaarlijks komen er honderden
bij. Deze stroom van literatuur is door vrijwel niemand te
beheersen. Een catalogus van
tweehonderd boeken geeft docenten houvast. Dit geldt zeker voor de
docenten die net beginnen en zich nog moeten inlezen.
Niettemin kunnen leerlingen en docenten (via hun boekenkast) zelf
titels toevoegen.
Ook zien we bij diverse secties Nederlands en bibliotheken
discussie over het leesniveau van boeken die niet op de lijst
staan. Die ontwikkeling is alleen maar toe te juichen.
Beperkt Lezen voor de lijst de keuzevrijheid
van leerlingen?
De docent beperkt of verruimt uiteindelijk de keuzemogelijkheden
van de leerling. Wij denken dat de catalogus alle leerlingen
jarenlang voldoende keuze biedt. Lezen voor de lijst geeft
bij elk boek extra tips (waardoor de lijst misschien wel een omvang
krijgt van vierhonderd).
Is Lezen voor de lijst een nieuwe
methode?
Lezen voor de lijst biedt leerlingen een
geavanceerde gids en docenten een uitgebreide literatuurdidactische
kennisbasis. Het is geen nieuwe methode voor het
literatuuronderwijs, maar een hulpmiddel voor docenten en
leerlingen.
Waarom staan er jeugdboeken in de lijst voor de
bovenbouw?
Uit onderzoek van bijvoorbeeld Prof. dr. Helma van Lierop (Over
grenzen, 2005) naar literaire kenmerken van
jeugdliteratuur is gebleken dat er geen betrouwbare scheiding
tussen deze twee categorieën gemaakt kan worden. Bij zowel
jeugdboeken als boeken voor volwassenen kan een bepaalde literaire
competentie vereist zijn.
Wanneer wordt poëzie toegevoegd aan de lijst?
Dat kunnen we nog niet precies zeggen. We hebben nog geen
betrouwbare theorie tot onze beschikking waarmee we het leesniveau
van gedichten kunnen bepalen. Aan de Rijksuniversiteit Groningen
wordt op dit moment wel een eerste poging gedaan om een doorlopende
leerlijn voor het poëzieonderwijs te ontwikkelen (4 tot 18 jaar).
Via deze website zult u op de hoogte worden gehouden.
Komen er ook lijsten voor de onderbouw en de vreemde
talen?
Dat is ons streven. Voor de onderbouw en Duits zijn we al redelijk
ver gevorderd, en voor Engels en Frans zijn er al mensen aan de
slag. Een van de problemen bij de vreemde talen is dat we daar ook
te maken hebben met de taalniveaus van het Europees
Referentiekader. We vinden dat we aan de mvt-boeken niet alleen een
literatir-didactisch niveau moeten toekennen, maar ze ook moeten
voorzien van een taalniveau. Maar dit vraagt wel een extra
inspanning.