Lezen voor de Lijst

Bibliotheekmedewerkers

 | Leesniveaus

   

Leesniveaus

De niveaus
Een leesniveau is een stadium in de literaire wikkeling van jongeren. Net zoals het basisonderwijs werkt met AVI-niveaus (voor technisch lezen) en CLIB (begrijpend lezen) kun je ook niveaus onderscheiden voor de mate waarin een leerling een literaire tekst kan lezen, begrijpen en interpreteren. Een jongere die weinig leest, moet je over de streep trekken en laten ontdekken dat lezen leuk kan zijn. Dat doe je door hem boeken te geven die aansluiten bij zijn belevingswereld en interesses. Als die bodem is gelegd, stimuleert de docent de leerling om telkens een stapje verder te gaan. De meeste lezers kiezen genres en schrijvers die ze al kennen en waarderen. Om hun literaire ontwikkeling te bevorderen stimuleren docenten hun leerlingen om net buiten hun comfortzone te treden en zo telkens een niveau hoger te komen. Jongeren maken kennis met verschillende genres en onderwerpen, leren de eigen leesvoorkeuren kennen, ontdekken dat verhalen een ‘diepere betekenis’ kunnen hebben en krijgen oog voor de literaire vorm.

De lezer centraal
In Lezenvoordelijst staat de literaire ontwikkeling van de leerling centraal. Het niveau van de individuele leerling is leidend voor wat hij leest en wat hij moet en kan leren.  
Voor 12-15 jaar zijn er vijf leesniveaus (van beginnend lezen tot analyserend lezen) en voor 15-18 jaar zes (van belevend lezen tot academisch lezen). Bij elk niveau zijn leerling- en boekkenmerken beschreven. Deze kun je vinden bij Docenten Nederlands 12-15 jaar en Docenten Nederlands 15-18 jaar.  
Om docenten en jongeren te helpen bij elk niveau passende boeken te vinden heeft de redactie van Lezenvoordelijst twee titellijsten samengesteld.