Lezen voor de Lijst

Docenten Nederlands 15-18

 | niveau 2 | De zesde mei

Introductie

Tomas Ross (pseudoniem van Willem Hogendoorn, 1944) heeft tientallen misdaadromans geschreven. Een aantal van zijn boeken wordt tot het genre 'faction' gerekend, een mengvorm van feit en fictie. Zo schreef hij onder andere boeken over het Englandspiel (Wachter voor Wilhelmina, 1993), het Srebrenica-drama (Koerier voor Sarajevo, 1996), de Bijlmerramp (De vlucht van de 4de oktober, 1997) en de Greet Hoffmanns-affaire (Omwille van de troon, 2002). De zesde mei gaat over de moord op Pim Fortuyn in 2002. Ross' factionverhalen hebben met elkaar gemeen dat er altijd sprake is van een samenzweringstheorie.
Tomas Ross ontving drie maal De Gouden Strop, de prijs voor het beste spannende boek. In 2003 schreef Ross het Boekenweekgeschenk voor de maand van het spannende boek, De klokkenluider. Saillant detail is dat de vader van Tomas Ross bij de BVD werkte.

Inhoud

Anke Luyten komt vrij na een gevangenisstraf van enkele jaren. Een actie om proefdieren te bevrijden is uit de hand gelopen en er is een dode gevallen. Na haar vrijlating merkt Anke dat de Binnenlandse Veiligheidsdienst haar in de gaten houdt. Al gauw blijkt waarom: de BVD wil dat Anke contact legt met haar voormalige geliefde Peter Heemskerk die ook bij de actie was betrokken. De BVD verdenkt Peter en zijn vriend Volkert van der Graaf ervan dat ze een aanslag beramen op de vooraanstaande politicus Pim Fortuyn.
Ondertussen stuit dagbladfotograaf Jim de Booij op allerlei toevalligheden die hem op het spoor van de beraamde aanslag zetten en hij gaat op onderzoek uit. In het laatste hoofdstuk komen de verhaallijnen samen in het Mediapark in Hilversum en volgt een dramatische ontknoping.

Moeilijkheid

Voor de N2-lezer is De zesde mei een redelijk uitdagend boek door het grote aantal personages en het meervoudig perspectief. Door de snelle opeenvolging van handelingen en de hoge mate van spanning zal hij voldoende gemotiveerd zijn om door te lezen.
Voor de N1-lezer vormt de omvang van het boek mogelijk een struikelblok. Door zijn geringe ervaring bestaat het gevaar dat hij de draad kwijtraakt en niet meer gemotiveerd is om door te lezen. Ook het wisselende vertelperspectief vormt een obstakel voor de N1-lezer.
De N3-lezer zal niet veel moeite met De zesde mei hebben, mits hij enige ervaring heeft met literatuur voor volwassenen.
 

Dimensies

Indicatoren

Toelichting | complicerende factoren

Algemene vereisten

Bereidheid
De zesde mei vraagt een redelijk grote bereidheid van de N2-lezer. Allereerst door de omvang van het boek (296 pagina's), ten tweede door de vele perspectiefwisselingen. Ten slotte zal het lezen bemoeilijkt worden door een gebrek aan kennis van de historische context. Voor de meeste N2-lezers zal het boek hierdoor best moeilijk zijn. Dat geldt ook voor een N1-lezer. Een N3-lezer zal het gebrek aan kennis van de historische context kunnen compenseren door zijn leesvaardigheid. Hij zal weinig moeite met De zesde mei hebben. Uitnodigende factoren zijn de snelle opeenvolging van handelingen, de vernuftige opbouw van spanning door de perspectiefwisselingen en een hoge mate van suspense.
  Interesses
De zesde mei zal vooral lezers aanspreken die van spanning houden. Lezers die geïnteresseerd zijn in politiek en maatschappelijke vraagstukken zullen dit boek extra interessant vinden. Door de keuze voor zowel een vrouwelijke als een mannelijke hoofdpersoon zal De zesde mei jongens en meisjes in gelijke mate aanspreken.
  Algemene kennis
De tekst doet een beroep op enige kennis van de politieke atmosfeer in Nederland aan het begin van de 21ste eeuw. Dit geldt voor zowel N1-, N2- als N3-lezers.
  Specifieke literaire en culturele kennis
Om de plot te kunnen begrijpen, moet de lezer om kunnen gaan met veelvuldige wisselingen van perspectief. Een lezer die niet bekend is met het genre faction zal de plot weliswaar kunnen begrijpen, maar zal het verhaal van een andere interpretatie voorzien dan een lezer die wel kennis heeft van de historische personages.

Vertrouwheid met literaire stijl

Vocabulaire
De zesde mei is geschreven in eenvoudig, alledaags taalgebruik. Het taalgebruik vormt geen probleem voor de N1- en N2-lezers.
  Zinsconstructies
De zinsbouw is eenvoudig. Langere, samengestelde zinnen komen wel voor, maar zijn niet complex. Geen probleem voor de N2-lezer.
  Stijl
Er zijn weinig opvallende zaken te melden over de stijl. Het verhaal is in een zakelijke stijl geschreven en kenmerkt zich door de soepele afwisseling van beschrijving en dialoog. Voor een N3-lezer biedt het boek geen uitdaging op stilistisch gebied.

Vertrouwdheid met literaire personages

Karakters
De personages zijn allemaal redelijk eendimensionaal. De N2-lezer kan denken, voelen en handelen van de personages gemakkelijk afleiden uit de tekst. De gebeurtenissen volgen elkaar in hoog tempo op. De spanning wordt opgebouwd door het gebruik van flashbacks en wisselingen van perspectief.
  Aantal karakters
Er komt een groot aantal personages voor in De zesde mei, waaronder een redelijk groot aantal historische personen (Wim Kok, Ad Melkert, Jan Nagel, Mat Herben, etcetera). De N2-lezer die geboeid is door het verhaal, is waarschijnlijk voldoende gemotiveerd om zich in te spannen om de personages te plaatsen. De N1-lezer zal hier moeite mee hebben. Voor een N3-lezer zou het een uitdaging kunnen zijn om de personages uit het boek te vergelijken met de personen uit de werkelijkheid.
De handeling wordt regelmatig onderbroken door flashbacks. Deze zijn echter duidelijk gemarkeerd door de aankondiging 'De tijdmachine' en vormen daardoor, ook voor de N2-lezer, geen probleem. De N1-lezer zal misschien moeten wennen aan deze manier van vertellen.
  Ontwikkeling van en verhouding tussen de karakters
De lezer moet in staat zijn om de psychologische implicaties van Ankes relatie met Peter te doorgronden om haar handelen te kunnen begrijpen. De relatie met Peter verandert ingrijpend in de loop van het verhaal. De overige relaties ontwikkelen zich geleidelijk en op een voorspelbare manier.
Er lopen twee verhaallijnen door elkaar heen, die van Anke Luyten en die van Jim de Booij. Deze worden onderbroken door korte, intermezzoachtige hoofdstukken waarin de lezer Pim Fortuyn, een aantal andere politici en mensen van de BVD volgt.  De wijze waarop de verhaallijnen ineen zijn gevlochten is redelijk complex. Voor de N2-lezer zal het een uitdaging zijn om de draad niet kwijt te raken. Voor de N3-lezer vormen de verstrengelde verhaallijnen geen probleem.

Vertrouwdheid met literaire procedés

Spanning
De gebeurtenissen volgen elkaar in hoog tempo op. De spanning wordt opgebouwd door het gebruik van flashbacks en wisselingen van perspectief.

 

Chronologie
De handeling wordt regelmatig onderbroken door flashbacks. Deze zijn echter duidelijk gemarkeerd door de aankondiging 'De tijdmachine' en vormen daardoor, ook voor de N2-lezer, geen probleem. De N1-lezer zal misschien moeten wennen aan deze manier van vertellen.
  Verhaallijn(en)
Er lopen twee verhaallijnen door elkaar heen, die van Anke Luyten en die van Jim de Booij. Deze worden onderbroken door korte, intermezzoachtige hoofdstukken waarin de lezer Pim Fortuyn, een aantal andere politici en mensen van de BVD volgt.  De wijze waarop de verhaallijnen ineen zijn gevlochten is redelijk complex. Voor de N2-lezer zal het een uitdaging zijn om de draad niet kwijt te raken. Voor de N3-lezer vormen de verstrengelde verhaallijnen geen probleem.
  Perspectief
Er is sprake van een meervoudig personaal perspectief. De lezer kijkt afwisselend mee over de schouder van een tiental personages. Voor de N2-lezer die niet op de hoogte is van de politieke situatie in Nederland kan het lastig zijn om deze wisselingen te volgen; voor een N1-lezer zullen deze wisselingen een struikelblok vormen. De N3-lezer zal geen moeilijkheden ondervinden bij deze perspectiefwisselingen.
  Betekenis
Omdat er geen sprake is van een diepere, thematische laag, zal de N2-lezer weinig moeite hoeven doen om betekenis toe te kennen aan het verhaal als zodanig. Hij zal begrijpen dat in De zesde mei een samenzweringstheorie wordt ontvouwd die suggereert dat het de politiek goed uitkwam dat Fortuyn van het politieke toneel verdween. Een (jonge) lezer die niet op de hoogte is van de politieke situatie aan het begin van deze eeuw, zal echter niet in staat zijn om een oordeel toe te kennen aan deze samenzweringstheorie. Hij beschikt niet over de middelen om het onderscheid te maken tussen feit en fictie. Dit geldt voor zowel N1-, N2- als N3-lezers.