Docenten Nederlands 15-18 | niveau 5 | De huilende libertijn
Introductie
Andreas Burnier is de schrijversnaam van Catharina Irma Dessaur (1931-2002). Zij studeerde filosofie in Amsterdam en Parijs, een studie die ze afmaakte in Leiden, waar ze ook wiskunde studeerde. Ze promoveerde cum laude op een sociaal-criminologisch proefschrift en werd hoogleraar criminologie in Nijmegen.
In 1965 debuteerde Burnier met de roman Een tevreden lach, waarvoor ze de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs kreeg. Ook voor haar latere werk ontving ze verschillende literaire prijzen. Haar boeken waren vaak omstreden vanwege het radicale feminisme en de homo-erotiek. Burnier noemde Het jongensuur uit 1969 haar meest autobiografische boek, ‘bijna van de eerste tot de laatste letter echt gebeurd’. Haar debuutroman Een tevreden lach is tot op zekere hoogte te lezen als een vervolg op het later verschenen Het jongensuur.
Uitgeverij kleine Uil heeft De huilende libertijn opnieuw uitgegeven in 2025 met een nawoord van Doeke Sijens, dat een mooi overzicht geeft van de ontvangst van deze roman in de jaren zeventig. (Dit is de aanbevolen editie op deze site.)
Inhoud
Het verhaal wordt achteraf verteld door de verteller die meestal samenvalt met het hoofdpersonage Jean. De oudere Jean blikt dan terug op de gebeurtenissen. Toch lijkt de verteller af en toe uit deze rol los te breken door allerlei filosofische intermezzo’s en verwijzingen naar internationale literatuur. In het eerste deel heeft de 22-jarige studente filosofie Jean Brookman een relatie met de 38-jarige adellijke Corinne, die arts en microbiologisch specialist is. Die relatie is echter niet meer dan kameraadschappelijk. Jean is in werkelijkheid verliefd op de 28-jarige schrijfster Laïs Lefèbre, die net als de dichteres Sappho uit Lesbos (zesde eeuw v. Christus) een kring van jonge meisjes om zich heen heeft. Jean bezoekt de bijeenkomsten en geniet van de nabijheid van Laïs en van de intellectuele gesprekken. Terwijl Corinne druk bezig is een gezamenlijke reis naar Marokko te boeken, weet Jean eigenlijk al dat ze niet mee zal gaan. Laïs verleidt Jean en vertrouwt haar toe dat de 35-jarige diplomate Stéphanie Kruybold, die op dat moment in Málaga woont, haar grote liefde is. Ze maakt zich zorgen om haar, omdat ze al een poos niets van haar heeft gehoord. Ze vraagt of Jean in haar plaats poolshoogte wil nemen. Dat wil Jean wel en ze reist, zonder Corinne, mee met een groepje studenten dat richting Algiers gaat. Onder de studenten bevindt zich Kiki, met wie Jean een verhouding begint, totdat ze afslaat naar Málaga. Het lukt haar Stéphanie te vinden.
In het tweede deel houdt de vertelster een tirade tegen lezers die denken dat verhalen die in een ik-vorm geschreven zijn, echt gebeurd zijn. Ze is voorstander van bewust gestructureerde literatuur. Stéphanie is onder de indruk van Jeans overgave aan Laïs. Stéphanie is lid is van een Spaanse antifascistische bevrijdingsbeweging. Ook Jean sluit zich aan, om aan de dagelijkse sleur te ontsnappen én omdat ze denkt dat de gevechtstraining haar zal helpen om later een academie voor meisjes op te richten. Ze trekt in bij Paola, die haar in bed uitnodigt, wat het karakter heeft van een ‘inwijding’. Daarna voelt Jean zich echt ‘man’ en ‘volwassen’. In dit tweede deel schrijft Jean ook een brief aan God de Moeder, waarin ze schrijft dat ze geen vertrouwen meer heeft in de komst van de Dochter. Ze wil graag dat vrouwen ontsnappen aan het juk van de man. Door een gevaarlijke opdracht wordt Jean gearresteerd en later bevrijd door Stéphanie, waarop ook zij een relatie beginnen. Samen richten ze een academie voor meisjes op.
In deel drie wordt de meisjesacademie in de Sahara beschreven. De opleiding is voor intelligente meisjes, die daar kennis vergaren, vechttechnieken leren en een seksuele opvoeding krijgen, waarbij ze leren dat ze mannen moeten zien als consumptiegoederen of huisbedienden. Zowel Laïs, Stéphanie als Jean willen zich terugtrekken uit de academie, omdat ze beseffen dat de wereldmacht bij mannen blijft als zij het leger en de wapens beheren. Stéphanie en Laïs willen samen van hun leven gaan genieten en Jean wijdt zich aan bezinning en wetenschap.
In het laatste deel verblijft Jean zeven dagen in Griekenland, in de heuvels vlak bij Athene. Ze leest veel. Ze heeft niets meer te maken met de academie, maar hoort dat die in verval is geraakt. Dan gaat ze op reis naar Turkije, samen met Daphne, een doktersvrouw die ze heeft helpen vluchten, omdat haar man haar waarschijnlijk mishandelde. Daphne zoekt toenadering, maar Jean houdt afstand en wijdt zich aan de wetenschap. Ze stuiten op demonstraties van vrouwen tegen seksefascisme, die door de politie steeds hardhandig worden neergeslagen.
Twee keer denkt Jean de komst van de Dochter te zien als ze in de heuvels bij Attica en Milete verblijft. Het boek eindigt tien jaar later als Jean nog steeds eenzaam verder werkt aan haar studie Beyond Reductionism.
Moeilijkheid
Het boek is te lezen als een vrolijke lesbische avonturenroman. De moeilijkheid van de roman zit vooral in de intellectuele manier van schrijven, waarbij je zomaar zinnen van bijna een halve bladzijde kunt tegenkomen: ‘Links in dat lage, hoefijzervormige doch hoekige monstrum was een van de drie hoofdingangen, leidend via kale trappen en kille seminaria voor paleontologen, oceanografen en lymfatisch vasculaire amfibiologen, naar een in hoofdzaak uit lege vitrines bestaand vertrek, waarachter zich een ‘tussenhal’ bevond, alwaar weer links van de toegang – de werkelijkheid spot met de behoefte der gebochelde esthetici aan variatie en met de nood van kosmische symbolisten: hoeveel liever had ik geschreven rechts, maar het was niet rechts – een ladder stond die, als men hem beklom, via een hoog, zelden gewassen raam een blik verschafte over wat morsige achtertuinen recht in de achterste kamer van de vertrekken bewoond door Laïs.’ Tegelijkertijd is juist Burniers stijl de kracht van het boek. Zo ondersteunt de grillige vorm van de hierboven geciteerde zin, steeds onderbroken door tussenzinnen, op briljante wijze de zoektocht naar het verscholen vertrek van Laïs, waarbij haar naam ook helemaal aan het eind van de zin te vinden is. Het boek bevat talloze humoristische en soms zelfs hilarische beschrijvingen van gebeurtenissen, gedachten, filosofische uitspraken, en dialogen.
Naast het intellectuele taalgebruik en de filosofische intermezzo’s, kunnen ook de talloze intertekstuele verwijzingen een obstakel vormen, net als de vele uitspraken en motto’s in andere talen (Engels, Duits, Frans, Spaans). In de nieuwe uitgave van Uitgeverij kleine Uil zijn achterin noten opgenomen. Het verhaal is nog prima te volgen als je niet alles opzoekt, maar wie meer belezen is, zal er vast nog meer plezier uithalen. Dat Jean, de ik-verteller, zich vaak gedraagt als een soort alwetende verteller die overal commentaar op geeft en de verhaallijn onderbreekt met allerlei filosofische uitstapjes, zal voor veel lezers even wennen zijn.
Jeans avonturen buitelen over elkaar heen en het kan zijn dat de lezer de draad kwijtraakt na de zoveelste kortstondige liefdesrelatie. Het is echter de vraag of dat ertoe doet. Het lijkt eerder of Burnier de draak steekt met vergelijkbare avonturenromans waarin de mannelijke held centraal staat. Zo komt de praktijk van de meisjesacademie als volstrekt bespottelijk voor, maar dit alles zet je wel aan het denken over de man-vrouwverhoudingen in de samenleving: waarom is het bespottelijk als mannen de werkruimtes van vrouwen komen schoonmaken en hun bediendes zijn, terwijl het omgekeerd eeuwen vanzelfsprekend is geweest?
Er komen expliciete lesbische liefdesscènes voor in de roman. Het kan zijn dat die voor sommige lezers een drempel vormen.
Didactische en letterkundige analyse
|
Dimensies |
Indicatoren |
Toelichting | complicerende factoren |
|
Algemene vereisten |
Bereidheid |
De lezer kan makkelijk de draad kwijtraken door de omstandige manier van vertellen, maar daar ligt juist ook de kracht van de roman. Het verhaal gaat niet zozeer om de gebeurtenissen, maar eerder om de reflectie daarop. De roman bevat diverse expliciete lesbische liefdesscènes, die een drempel kunnen vormen voor sommige lezers. Ook is het verhaal een intellectuele uitdaging vanwege het vocabulaire, de complexe zinsbouw, intertekstuele verwijzingen en filosofische uitspraken. |
|
|
Interesses |
Het boek is interessant voor lezers die graag nadenken over de verhoudingen tussen man en vrouw in de samenleving, over de geschiedenis van het feminisme en filosofie. Daarnaast behoort het boek tot de genderliteratuur vanwege de lesbische relaties die erin voorkomen. |
|
|
Algemene kennis |
Het is handig als je enigszins op de hoogte bent van de geschiedenis van het feminisme. In de aanbevolen nieuwe uitgave van Uitgeverij kleine Uil staat een verhelderend nawoord waarin het boek in de literair-historische context wordt geplaatst. |
|
|
Specifieke literaire en culturele kennis |
Er staan vele intertekstuele verwijzingen in het boek, zoals naar Sappho van Lesbos, maar ook talloze andere internationale auteurs. Ook als je ze niet kent, is het verhaal goed te volgen, maar als je de verwijzingen kunt plaatsen, biedt dat zeker een meerwaarde in het zoeken naar de diepere betekenis van het boek. |
|
Vertrouwdheid met literaire stijl |
Vocabulaire |
De roman bevat veel moeilijke en ook ouderwetse woorden. Het is een ideale roman om de woordenschat te vergroten! |
|
|
Zinsconstructies |
De zinsconstructies zijn veelal complex: lange zinnen met allerlei tussenzinnen. Omdat die tussenzinnen vaak humoristisch zijn, nodigen ze wel uit om verder te lezen. |
|
|
Stijl |
Overrompelend, intellectueel, ‘ontembaar’, humoristisch en activistisch. Opvallend zijn ook de wisselende taalregisters van de intermezzo’s (intieme brieven, een hoogdravende brief aan Moeder God, vreemde opsommingen enz.) |
|
Vertrouwdheid met literaire personages |
Karakters |
Het verhaal draait hoofdzakelijk om Jean, Laïs en Stéphanie, maar in de loop van het verhaal komen er wel steeds meer personages bij, die meestal een korte tijd een rol spelen. Deze drie zijn het meest uitgewerkt. |
|
|
Aantal karakters |
Totaal behoorlijk wat, door alle kortstondige relaties en ontmoetingen tijdens de reizen, maar dit vormt geen probleem. De focus ligt op Jean, Laïs en Stéphanie. |
|
|
Ontwikkeling van en verhouding tussen de karakters |
Vooral de ontwikkeling van Jean is belangrijk. Haar karakter vormt zich door alle relaties en confrontaties met de mensen om haar heen. Terwijl ze eerst heel avontuurlijk, nieuwsgierig en licht ontvlambaar is, wordt ze gedurende het verhaal steeds meer terughoudend en op zichzelf. Aan het eind is ze zelfs in eenzaamheid aan het studeren. De andere personages blijven meer hetzelfde. |
|
Vertrouwdheid met literaire procedés |
Spanning |
Er zijn verschillende niveaus van spanning te onderscheiden. Zo is er op het niveau van de taal vanaf de eerste bladzijde steeds de spanning of je het eind van de lange zin wel gaat halen zonder af te haken of de draad kwijt te raken. Die intellectuele spanning breidt zich uit naar het vinden van betekenis van moeilijke of anderstalige woorden en intertekstuele verwijzingen. Daarnaast is het boek ook een avonturenroman: de ontwikkeling van Jeans verschillende (lesbische) relaties roept spanning op, maar ook haar reizen zijn avontuurlijk. Je wordt nieuwsgierig naar wat ze gaat beleven, ook door de gevaarlijke opdracht die ze krijgt bij haar opleiding. Verder wil je graag weten hoe de academie voor meisjes zal worden en hoe het Jean zal vergaan. |
|
|
Chronologie |
Het verhaal wordt par derrière verteld, verloopt grotendeels chronologisch en wordt alleen regelmatig onderbroken door allerlei filosofische intermezzo’s, zoals een opsomming van bijna twee bladzijden lang (hoofdstuk IV van het tweede deel) van allerlei willekeurige verschillen: ‘Het verschil tussen een orgasme. Het verschil tussen alleen en eenzaam Het verschil tussen liefde en dood. Het verschil tussen sterren en baby’s. Het verschil tussen guerrilla en vluchten […].’ |
|
|
Verhaallijn(en) |
Er is vooral één duidelijke verhaallijn, namelijk die van Jeans avonturen. Deze verhaallijn wordt door allerlei kleinere fragmenten onderbroken. |
|
|
Perspectief |
Het perspectief ligt bij Jean, de ik-persoon, die zich vaak gedraagt als alwetende verteller die overal commentaar op levert. Dat komt doordat de oudere Jean van het nu vertelt over de avonturen van de jongere Jean in het verleden. |
|
|
Betekenis |
Burnier zelf schrijft dat haar roman de eerste roman over vrouwen is ‘waarin niemand doodgaat, niemand krankzinnig wordt, niemand hoeft te trouwen, niemand zijn geld naar de psychiater brengt, en waarin ook nog eens iets valt te lachen.’ Je kunt zeker zeggen dat haar boek een totaal ander boek is dan vrouwen destijds doorgaans schreven. Je kunt het ook zien als een persiflage op de avonturenroman met een man als held. Sommige lezers zullen vanwege deze avonturen het boek lezen, maar de kracht zit vooral in de filosofische gedachten, de bijzondere stijl en bewuste constructie van het boek. |
|
Relevante bronnen voor docenten |
|
Andreas Burnier geïnterviewd door Adriaan van Dis (YouTube) |
|
Externe leestips |
Inez van Dullemen, Vroeger is dood (1976) |
|
|
Auteur docentinfo |
|
Dietske van den Berg-Geerlings |