Lezen voor de Lijst

Docenten Nederlands 15-18

 | niveau 6 | Mandarijnen op zwavelzuur

Introductie

Willem Frederik Hermans (1921-1995) heeft een belangrijk stempel gedrukt op de Nederlandse literatuur. Zijn naoorlogse romans schokten het publiek door de cynische inhoud. Daarnaast stond Hermans bekend als een felle schoolmeester, iemand die anderen graag en onbarmhartig de les las. Zijn werk stond in het teken van de idee dat de werkelijkheid niet objectief te begrijpen is. Naast vele romans en beschouwingen schreef Hermans korte verhalen, poëzie en toneel; op deze site staan vijf werken van hem, van N4 tot en met N6. Sinds 2005 wordt al zijn verschenen en ongebundelde werk uitgebracht in de Volledige Werken; dit boek is deel 16 van die reeks. 

Inhoud

Mandarijnen op zwavelzuur is een verzameling polemische stukken, waarin Hermans scherpe kritiek heeft op collega-schrijvers, journalisten en anderen in de wereld van de literatuur. De eerste twee Mandarijnen-stukken die hij schreef werden nog als brochures uitgegeven door uitgeverij Van Oorschot, maar na de grote ophef die er ontstond rond deze brochures durfde de uitgever het niet meer aan. Hermans heeft een derde brochure en uiteindelijk het hele boek in eigen beheer uitgegeven. Toen het alsnog een groot succes werd, wilde uitgever Thomas Rap de latere drukken wel verzorgen.
Hermans wilde met Mandarijnen op zwavelzuur laten zien hoe het er volgens hem voor stond in de Nederlandse literaire wereld. En dat was niet best: die wordt bevolkt door 'mandarijnen' oftewel baantjesjagers, juryvoorzitters die aan vriendjespolitiek doen, na-apers en onleesbare politieke schrijvers.

Moeilijkheid

Zowel voor de N5- als de N6-lezer is dit een moeilijk boek, om verschillende redenen. Ten eerste wordt er verwezen naar veel personen en gebeurtenissen die in de tijd van Hermans bekend dan wel actueel waren maar nu helemaal niet meer. Ten tweede lijkt het boek volledig non-fictie te zijn, maar is er wel degelijk sprake van een literaire constructie waarin Hermans zijn eerder gepubliceerde stukken in een hem welgevallige, niet-chronologische volgorde heeft gezet en er een manipulerende en onbetrouwbare ik-verteller optreedt.
Het eerste aspect kan afschrikwekkend werken, wat een reden kan zijn om met de leerling af te spreken dat er bijv. één hoofdstuk wordt behandeld in plaats van het hele boek. Aangezien er ook per onderdeel een heleboel valt te leren, is er voor elk hoofdstuk een aparte opdracht gemaakt. Daarbij kan zowel de N5- als de N6-lezer zijn cultuur-historische achtergrond verbreden. De N5-lezer zal meer waardering krijgen voor de humor van het boek door een beter begrip van de achtergrond, en de N6-lezer zal inzicht krijgen in de strategische plaats van het boek in het oeuvre van Hermans.
Het inzicht in het tweede aspect, het meta-niveau, dat in de didactische literaire analyse voor het gemak de tweede laag wordt genoemd, is daarom alleen van toepassing op de N6-lezer. Voor de N5-lezer is het te veel gevraagd om de subtiliteit van de literaire constructie te doorgronden. Bovendien is dat inzicht niet in eerste instantie nodig om het boek te kunnen waarderen.
Mandarijnen op zwavelzuur is een prachtig boek voor vergevorderde leerlingen met interesse in literatuurgeschiedenis. Zij zullen vanwege hun brede literair-historische kennis kunnen genieten van de manier waarop Hermans zijn tegenstanders met de grond gelijk maakt.
Als u Mandarijnen op zwavelzuur klassikaal wilt aanpakken, biedt de praktische opdracht N5/3 een handvat. 

Het materiaal op deze site bij dit boek is geschreven door een medewerkster van het Huygens Instituut voor Nederlandse Geschiedenis (KNAW). Dit instituut draagt ook de wetenschappelijke verantwoordelijkheid voor de uitgave van Hermans' Volledige Werken

Dimensies

Indicatoren

Toelichting | complicerende factoren

Algemene vereisten

Bereidheid Van zowel de N5- als de N6-lezer vraagt dit boek een grote bereidheid. Hoewel er ook veel te lachen valt als je geen achtergrondkennis hebt, wordt het leesplezier enorm vergroot als je de stukken in hun cultuur-historische context kunt plaatsen. Alleen gemotiveerde N6-lezers zullen daarbij tweede laag van de literaire constructie kunnen doorgronden. 
  Interesses Mandarijnen op zwavelzuur is geschikt voor leerlingen met een brede cultuur-historische achtergrond die geïnteresseerd zijn in literatuurgeschiedenis, schrijverschap en politiek. Ook leerlingen die wellicht minder academisch zijn aangelegd, maar wel interesse hebben in satire en literaire technieken kunnen door het boek geboeid worden. 
  Algemene kennis Om het boek helemaal te doorgronden is een algemene kennis vereist die niet eens verwacht kan worden van studenten, laat staan van middelbareschoolleerlingen. Enige kennis van de Tweede Wereldoorlog, de Koude Oorlog en van de discussies rond het tijdschrift Forum van Menno ter Braak en E. Du Perron maakt het boek al een stuk begrijpelijker. Ook is het handig als de lezer op de hoogte is van het tijdperk van de verzuiling, en in het bijzonder van de rooms-katholieke tak.
  Specifieke literaire en culturele kennis Dit moet niet het eerste boek van Hermans zijn dat de leerling leest. In het beste geval heeft hij al een paar van zijn boeken gelezen, waaronder Ik heb altijd gelijk, aangezien dat boek uitgebreid behandeld wordt in Mandarijnen op zwavelzuur. Kennis van het begrip polemiek en de literaire technieken die daarbij worden gehanteerd is noodzakelijk en het is handig als de lezer weet dat bijvoorbeeld Lodewijk van Deyssel en Multatuli ook polemieken schreven.

Vertrouwdheid met literaire stijl

Vocabulaire Het vocabulaire is zeker niet onbegrijpelijk, maar er staan wel moeilijke en verouderde woorden en abstracte begrippen tussen die misschien uitleg vereisen. Een controlepunt is de vraag of de leerling zonder veel problemen een kwaliteitskrant kan lezen.
  Zinsconstructies De vele samengestelde zinnen kunnen zeker van de N5-lezer een grote concentratie vergen. Daar staat tegenover dat ze afgewisseld worden met minder complexe zinnen, en dat de humoristische inhoud zal helpen bij het doorlezen.
   Stijl Er worden, zoals in alle polemieken, veel stijltechnieken toegepast in Mandarijnen op zwavelzuur. Van korte ironische zinnen en zakelijke beschrijvingen tot dramatische en lyrische uitweidingen. Bovendien drijft Hermans vaak de spot met de stijl van anderen door de zwakke punten aan te wijzen of door te parodiëren. Over het algemeen zal deze wisseling niet voor veel problemen zorgen, mits de leerling goed op de hoogte is van het begrip polemiek en het doel ervan. Moeilijker zijn de woordgrappen die vaak betrekking hebben op eigennamen. 'Lichtevaart' is alleen grappig als je weet dat het om iemand gaat die Donkersloot heet.  

Vertrouwdheid met literaire personages

Karakters In Mandarijnen op zwavelzuur is niet zozeer sprake van karakters, als wel van karikaturen. In de eerste plaats natuurlijk de mandarijnen uit de titel, die eerst in hun algemeenheid worden beschreven en later aan de hand van bestaande personen worden uitgewerkt. Ten tweede zijn er de epigonen. Ten derde is er de onbetrouwbare ik-verteller, die alleen die dingen over de zogenaamde mandarijnen en epigonen vertelt die zijn doel dienen. Het inzicht in dit karikaturale aspect behoort echter tot het begrip van de tweede laag en zal alleen bij de vergevorderde N6-lezer tot de verbeelding spreken. In eerste instantie zal de leerling de stukken lezen als Hermans' beschouwingen over bestaande personen en niet echt bezig zijn met het onderscheiden van karakters zoals je dat in een roman zou doen. 
  Aantal karakters -
  Ontwikkeling van en verhouding tussen karakters

Vertrouwdheid met literaire procedés

Spanning Aangezien het niet om een roman gaat, is er niet echt sprake van duidelijk herkenbare actie of spanning.
  Chronologie Er is natuurlijk geen sprake van chronologie zoals die in een roman aanwezig zou zijn, maar wel is de niet-chronologische volgorde van de polemische stukken van belang voor het begrip van de tweede laag. Hermans wekt door de boekvorm de suggestie dat de stukken allemaal tegelijk zijn geschreven, maar in werkelijkheid varieert de eerste publicatiedatum van de jaren veertig tot het moment van publicatie van het boek. Dit wordt weliswaar hier en daar aangegeven, maar niet overal: er wordt mee gemanipuleerd. Dit heeft een strategisch doel: de suggestie van een ik-verteller (te associëren met Hermans) die al vanaf de jaren veertig een duidelijk literair programma had en die daarin gelijk heeft gekregen ('ik wist het toen al, heb het toen al gezegd'). Dat zou zijn betrouwbaarheid versterken, terwijl er in werkelijkheid niet zo'n duidelijke lijn in zat als wordt gesuggereerd. Het begrijpen van dit literaire procedé zal te veel vergen van de N5-lezer, maar kan eventueel een uitdaging vormen voor de vergevorderde N6-lezer. Het is niet noodzakelijk de tweede laag helemaal te doorgronden om het boek te kunnen waarderen, maar het zal bij degene die het lukt zorgen voor een groter begrip van Hermans' oeuvre en van het gebruik van literaire procedés in het algemeen.
  Verhaallijn(en) In principe is er één verhaallijn: de ik-verteller laat zien dat de literaire wereld zich in een kritieke toestand bevindt en bewijst indirect zijn eigen superioriteit. Dit is echter de tweede laag. Op het eerste gezicht zal de leerling geen duidelijke verhaallijn zien, maar allemaal losse beschouwingen.
  Perspectief Hoewel de lezer de stukken in eerste instantie zal lezen als beschouwingen en meningen van Hermans, is er in de tweede laag een onbetrouwbare ik-verteller aan het woord. Omdat dat iemand is die voor Hermans' belangen opkomt is het een subtiel verschil, maar uiteindelijk is het toch een literaire creatie: een schijnbaar alwetende anti-mandarijn die indirect aantoont dat er maar één goede schrijver is in Nederland, namelijk Hermans zelf.
Dat laatste zal ook zonder dit inzicht zowel door de N5- als de N6-lezer wel begrepen worden, aangezien ze in staat zijn het begrip polemiek te doorgronden. Het kan bij de vergevorderde N6-lezer echter een extra inzicht geven in de werking van literaire procedés. 
  Betekenis De eerste betekenislaag vormt de inhoud van de afzonderlijke stukken: de verwijzingen naar bestaande personen en gebeurtenissen en de plaatsing daarvan in de context. De tweede laag is natuurlijk de strijd die Hermans voert om andermans ongelijk aan te tonen en indirect reclame te maken voor zijn eigen oeuvre.
Hoewel het procedé van de tweede laag verder alleen als extra uitdaging kan worden gezien voor de vergevorderde N6-lezer vanwege de complexiteit, is de tweede laag in dit geval ook van belang voor de N5-lezer en de minder vergevorderde N6-lezer. Het belangrijkst is immers te begrijpen waarom Hermans dit boek heeft geschreven. Aangezien de lezer van dit boek op de hoogte zal zijn van het begrip polemiek, zal dit op zich geen probleem vormen. Waar de N5-lezer echter genoegen zal nemen met het begrijpen van de aanval op zich en het doorzien van de motieven ('eigenbelang'), zal de N6-lezer meer interesse tonen voor de literaire strategieën waarmee hij dat doet en de plaats die Mandarijnen op zwavelzuur inneemt in Hermans' oeuvre. 

Relevante bronnen voor docenten

  Willem Glaudemans en Wilbert Smulders, 'Willem Frederik Hermans', in: Kritisch Literatuur Lexicon (november 1998)
willemfrederikhermans.nl | uitgebreide website over Hermans
wfhermansvolledigewerken.nl | over Mandarijnen op zwavelzuur