Lezen voor de Lijst

Docenten Nederlands - Informatie

 | Werken met niveaus

   

Werken met de niveaus

De kerngedachte van Lezenvoordelijst is dat je de literaire competenties van leerlingen kunt ontwikkelen door hen boeken in handen te geven die aansluiten bij hun leesniveau. Hoe weet je nu op welk niveau jouw leerling leest? En wanneer zijn ze toe aan een stapje hoger? We geven je hier enkele tips om in de klas aan de slag te gaan met lezen op niveau.  

Het niveau bepalen
Natuurlijk kun jij als docent het leesniveau van de leerlingen bepalen, maar het heeft voordelen om hen dat zelf te laten doen. Een lage niveautoekenning door de docent kunnen leerlingen als een onvoldoende of afwijzing ervaren, waardoor ze ontmoedigd kunnen raken. Als ze zelf een niveau toekennen, ontdekken leerlingen waar ze staan en waar ze naartoe kunnen. Daardoor nemen zij meer verantwoordelijkheid voor hun leerproces. 
Kijk wel mee, want vooral de eerste keer hebben leerlingen de neiging zichzelf te overschatten. Vraag hen bijvoorbeeld hun keuze toe te lichten in hun leesautobiografie of balansverslag. Zo kun je beoordelen of de leerling een juiste keuze heeft gemaakt.

Laat leerlingen de omschrijvingen van leerling- en boekkenmerken bij de verschillende niveaus lezen – zie NL 12-15 jaar en NL 15-18 jaar en vraag hen de omschrijving te kiezen die het beste bij hen past. Bij twijfel tussen twee niveaus kunnen zij het beste beginnen met lezen op het laagste van deze niveaus. De niveaubeschrijvingen zijn genormeerd en kunnen onpersoonlijk overkomen, daarom hebben we de zogeheten 'strookjes' ontwikkeld: beknopte en persoonlijke typeringen van de leesniveaus. In dit filmpje kun je zien hoe je met deze strookjes in de klas kunt werken. 

Wil je toch liever zelf het niveau bepalen? Gebruik dan de leesautobiografie die leerlingen vaak aan het begin van de eerste of vierde klas maken als handvat. Op basis van hun voorkeuren en hun criteria bij de waardering van boeken kun je bepalen welk niveau zij hebben.

Vaste eindnormen?
Hoewel Lezenvoordelijst uitgaat van gedifferentieerd onderwijs en dus niet elke leerling met hetzelfde leesniveau de school hoeft te verlaten, gelden er wel wettelijke basisnormen. Volgens het Referentiekader taal moeten leerlingen de volgende eindniveaus van literaire competentie bereiken:

  • eind 4 vmbo (uitgezonderd bb) minstens niveau 2 | 12-15 jaar
  • eind onderbouw havo/vwo minstens niveau 2 | 12-15 jaar
  • eind 5 havo minstens niveau 3 | 15-18 jaar
  • eind 6 vwo minstens niveau 4 | 15-18 jaar

Deze eindniveaus zijn vastgelegd in het Referentiekader taal als respectievelijk 2F, 3F en 4F. Dit zijn functionele niveaus. Een leerling in havo 5 die aantoont niveau 3 bereikt te hebben, haalt daarmee een (ruime) voldoende. Het streefniveau is het eerstvolgende niveau; voor havo 5 dus niveau 4 en voor vwo niveau 5. 

Niveau per leerjaar?
Er bestaat geen vaste relatie tussen leerjaar en leesniveau. In de praktijk zitten in de meeste klassen leerlingen met drie à vier verschillende leesniveaus. Beschouw de niveaus dus niet als indicatie van het leerjaar!
Het komt voor dat docenten leerlingen laten lezen op het eindniveau dat voor de verschillende schooltypen vereist is, bijvoorbeeld door vwo4-leerlingen allemaal op niveau 4 te laten lezen. Deze aanpak is contraproductief, omdat de meeste leerlingen zo ver boven hun niveau moeten lezen. Idealiter lezen alle leerlingen op hun eigen niveau - ook wanneer dat lager is dan je zou willen of denkt dat het zou moeten zijn. Het is wel belangrijk dat de leerlingen weten welk niveau zij in het eindexamenjaar bereikt moeten hebben. Ze moeten niet in hun niveau blijven hangen, dus stimuleer hen te groeien.

Overstappen naar volgend niveau
De overstap naar een hoger niveau kan op twee manieren. Een leerling die al enige tijd op N3 leest en ook N3-opdrachten maakt, kan de volgende keer eens een N4-opdracht maken. Hij kan ook een N4-boek lezen en daarbij een N3-opdracht te maken.
De praktijk wijst uit dat de meeste leerlingen graag hogerop willen en dat je ze eerder een beetje moet afremmen dan aanmoedigen. Andere leerlingen moet je juist stimuleren eens iets nieuws te proberen.

Leerlingen kunnen doorgaans op een hoger niveau gaan lezen en werken als:

  • ze al geruime tijd op een bepaald niveau lezen;
  • ze zeggen uitgekeken zijn op het soort boeken dat ze lezen en wel eens wat anders willen proberen;
  • ze zeggen niet meer zoveel te leren van de opdrachten die ze maken dan wel dat deze (te) gemakkelijk zijn.

Het komt voor dat leerlingen denken dat ze wel een hoger niveau aan kunnen, omdat ze de boeken die ze lezen niet moeilijk vinden. Ze merken bijvoorbeeld op dat ze 'alles snapten', waarmee ze meestal bedoelen dat ze de plot konden volgen en er niet zoveel moeilijke woorden in het boek stonden. In die zin is Het behouden huis inderdaad geen moeilijk boek. Maar daarmee is niet gezegd dat deze leerlingen ook oog hebben voor de betekenisrijkdom van het boek en inzien dat het verhaal veel meer is dan het wat warrige relaas van een wat warrige man in een wat warrige oorlogsperiode. In dit soort gevallen kun je de leerling de Docenteninfo bij het boek laten lezen of hen opdrachten op het hoogste niveau laten maken. 

Overstappen naar volgende lijst
In het algemeen lezen leerlingen in de eerste drie leerjaren boeken uit de lijst 12-15 jaar en beginnen zij in de vierde klas met het lezen van boeken van de lijst 15-18 jaar. Maar het devies blijft: volg de leerling en niet het systeem. Sommige onderbouwleerlingen kunnen zonder problemen al boeken uit de lijst voor 15-18 jaar gaan lezen. Andere leerlingen zijn aan het begin van de vierde klas nog niet toe zijn aan boeken voor volwassenen. Daarom bevat de lijst voor 15-18 jaar een aantal jongerenromans (young adult). Een andere optie is hen nog even toe te staan boeken voor 12-15 jaar te lezen (afhankelijk van de regels op school mogen ze dan daaruit alleen de oorspronkelijk Nederlandse titels kiezen of ook de vertaalde). Goed om te weten is dat de niveaus in beide lijsten corresponderen: N2 bij 12-15 jaar is hetzelfde als N2 bij 15-18 jaar, met dit verschil dat de bovenbouwlijst voornamelijk boeken voor volwassenen bevat. 

Literaire competentie beoordelen
Het beoordelen van het leesniveau is wat anders dan het bepalen van het niveau van een leerling. Dat laatste is diagnostisch en formatief. Het toetsen van het niveau is summatief en dient een (eind)beoordeling.
Als je wilt beoordelen welk niveau je leerlingen hebben bereikt (bijvoorbeeld in het mondeling in het examenjaar) stel je vragen op het vereiste niveau (bijvoorbeeld N3 aan het einde van havo 5). Als een leerling dit soort vragen zonder al te veel moeite kan beantwoorden, heeft hij een (ruime) voldoende. Je kunt dan opschalen en verder gaan met het stellen van N4-vragen (goed) en eventueel N5-vragen (uitstekend).

 

N1    

N2    

N3    

N4    

N5    

N6    

vmbo 4     

O

V

G

U

  

  

havo 5

O

O

V

G

U

  

vwo 6  

O

O

O

V

G

U

De omschrijvingen van de leesniveaus en de docentenpagina's bieden handvatten voor de vragen. In dit filmpje vind je meer informatie.